Hoge staatsschuld: nou en?

Door de coronacrisis exploderen de overheidsschulden, ook in België en Nederland. Dat is echter geen ramp: staatsschuld is een schuld aan onszelf.

Om te weten wat er precies gebeurt op het moment dat de overheid extra schuld aangaat, maken we gebruik van een paar eenvoudige balansen. De linkerkant van de balans geeft steeds de wijzigingen in de bezittingen van een groep weer, terwijl de rechterkant van de balans dat voor de schulden doet. Er zijn twee groepen: de publieke sector (de overheid) en de private sector (burgers en bedrijven).

Overheid geeft schuldpapier uit

Stel dat de overheid – als onderdeel van de maatregelen om de coronacrisis te bestrijden – een tekort wil draaien van 100 (euro) en dat wil financieren door de staatsschuld met 100 te laten stijgen. Dan kan de overheid staatsobligaties uitgeven voor een waarde van 100 die gekocht worden door de private sector. Het volgende gebeurt dan op de verschillende balansen:

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is Publieke-sector-fase-1.jpg

De private sector koopt de staatsobligaties en schrijft het geld over naar de rekening van de overheid. Daardoor ziet de private sector zijn deposito’s zakken, terwijl de overheid een toename waarneemt in de deposito’s. De overheid ziet niet alleen de bezittingen met 100 klimmen, maar ziet ook de schuld aanzwellen met 100 door de staatsobligatie. Bij de private sector blijven de bezittingen gelijk, enkel de samenstelling ervan wijzigt: de deposito’s zijn omgezet in staatsobligaties.

Maar de overheid laat het geld natuurlijk niet op de rekening staan, maar gaat het uitgeven aan maatregelen die de economie ondersteunen (bijvoorbeeld iemand uitbetalen die tijdelijk werkloos is). Dan verandert het volgende:

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is Publieke-sector-fase-2.jpg

De overheid stort nu het geld op de rekeningen van de burgers en bedrijven en krijgt daarvoor in ruil een soort toekomstige belastingclaim: de private sector zal het geld namelijk ooit een keer aan de overheid moeten terugbetalen. De deposito’s van de private sector stijgen hierdoor met 100, terwijl aan de schuldenkant ook een toekomstige belastingclaim komt te staan ter grootte van 100.

Dus als we nu eens gaan kijken wat er netto gewijzigd is bij deze operatie, dan zien we het volgende:

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is Publieke-sector-fase-3.jpg
Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is Private-sector-fase-3.jpg

De overheid krijgt er dus netto een toekomstige belastingclaim als bezitting bij en een verplichting in de vorm van een staatsobligatie. De burgers en bedrijven krijgen de staatsobligatie en als schuld een toekomstige belastingclaim.

Het laten oplopen van de overheidsschuld is dus een beetje als geld uitlenen aan jezelf: je krijgt er als burgers en bedrijven niet enkel een schuld van, maar ook een bezitting die net zo groot is. Netto gebeurt er dus niets.

Uiteraard doe ik hier wel een aanname: alle schuld wordt gekocht door burgers en bedrijven van het land zelf. Normaal gesproken wordt een deel van de obligaties ook gekocht door buitenlandse partijen.

Is die ‘claim’ wel echt een schuld?

Maar misschien is het verhaal nog wel beter. Want sommige economen zien die ‘toekomstige belastingclaim’ niet echt als een schuld voor de private sector. Deze economen zeggen dat de overheid eindeloos schuld kan uitgeven en deze nooit hoeft af te lossen.

Het enige probleem dat kan ontstaan als de overheid maar nieuw staatspapier blijft uitgeven, is dat de private sector de schulden niet meer wil opkopen. Dat zou de rente op de obligaties de hoogte in kunnen duwen. Maar dat probleem kan men oplossen door de centrale bank de staatsobligaties te laten kopen. Die betaalt daarvoor met geld dat ze zelf creëert.

Als je het zo bekijkt zou de uitgifte van staatsobligaties enkel tot gevolg hebben dat de private sector aan het eind van de rit enkel de bezittingen ziet stijgen: de staatsobligaties klimmen in het voorbeeld met 100, terwijl er dan geen verplichting ontstaat in de vorm van een ‘toekomstige belastingclaim’. In dat geval kan de overheid haar burgers dus ‘rijker’ maken door de staatsschuld te laten toenemen.

Punt is natuurlijk wel dat de overheid enkel rijkdom in geld kan bieden, omdat ze dat via de centrale bank kan creëren. Het kan dus prima zo zijn dat de inflatie (toename van de prijs van producten) enorm toeneemt. Je krijgt dan wel een bezitting van de overheid (in de vorm van deposito’s of staatsobligaties), maar de hoeveelheid producten die je ermee kan kopen is erg laag door de gestegen prijzen.

Inflatie kan uit de hand lopen: dan krijg je hyperinflatie en kun je je brood gaan halen met een kruiwagen vol geld. Onhandig en slecht voor je rug.

Vragen? Stel ze aan me via Twitter, Instagram of Facebook of stuur een ouderwets mailtje naar me via basvanderhout@hotmail.com.

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*