Torenhoge inflatie op komst?

Bij elke crisis zien we een sloot economen voorbij komen die waarschuwen voor hoge inflatie. Want: giga stimuleringspakketten enzo. Geen zorgen, want ook dit keer zitten ze er waarschijnlijk naast.

Na het losbarsten van de financiële crisis van 2008 draaiden centrale banken de kredietkranen wagenwijd open. Ze kochten met ‘nieuw geld’ staatsobligaties en hypotheekleningen om de economie te stimuleren. Ik zet ‘nieuw geld’ tussen haakjes, omdat ze daarbij meestal geen echt geld creëerden, maar reserves. Een groot verschil, want reserves kunnen niet in de economie komen. Mensen krijgen daardoor niet meer cash hun zakken. Terwijl juist die laatste vorm van geld inflatie veroorzaakt. Over de verschillende soorten geld zal ik in een volgende blog dieper op ingaan.

Maar toch hamerden veel economen op de dreiging van inflatie. Deze zogenaamde inflationista’s kregen in alle jaren na de financiële crisis keihard ongelijk. Want de inflatie bleef overal ter wereld – tot op de dag van vandaag – buitengewoon laag. Daarom behaalt de Europese Centrale Bank (ECB) ook al jaren haar doelinflatie – nabij de 2 procent per jaar – niet meer.

Ondanks hun foutieve voorspellingen sinds de financiële crisis, waarschuwen de inflationista’s nu wederom voor hoge inflatie. Om bijna dezelfde redenen: centrale banken zetten de sluizen wagenwijd open. En dus gaan ze ook dit keer hoogstwaarschijnlijk geen gelijk krijgen.

Waar krijg je dan wél hoge inflatie van?

Hoge inflatie ontstaat over het algemeen wanneer er een te grote vraag is naar producten. Dat zorgt voor opwaartse prijsdruk: veel mensen willen het product hebben terwijl er te weinig van te verkrijgen is. Dat kan inderdaad gebeuren wanneer de centrale bank voor teveel cash in het systeem zorgt en de rente te laag houdt. Deze zaken verhogen de vraag naar producten. Een lage rente ontmoedigt sparen en stimuleert consumptie. Ook hoge overheidsbestedingen kunnen dat effect hebben. De overheid koopt dan teveel spullen.

Op dat soort momenten zie je vaak dat fabrieken op hun volledige capaciteit draaien. Logisch: ze kunnen de vraag niet bijbenen. Ze werven nieuwe werknemers aan en laten arbeiders overuren kloppen. Daardoor stijgen de kosten. Want overuren worden meer betaald en meer mensen aanwerven in een krappe arbeidsmarkt stuwt de lonen. Die hogere lonen zorgen weer voor meer bestedingen, waardoor de inflatie nog eens een zetje krijgt.

Dus laten we eens zien of de fabrieken in de VS al aan hun maximale capaciteit zitten:

Het is vrij duidelijk dat de fabrieken nog zeer ver van hun maximumcapaciteit zitten. Amerikaanse fabrieken produceren nu op 65 procent van hun kunnen. Wie iets verder terugkijkt ziet ook dat de fabrieken sinds de crisis in 2008 op een vrij lage capaciteit draaien in verhouding tot hun maximum. Het verhaal was er dus al een van langdurig lage inflatie en de coronacrisis lijkt het alleen maar erger te maken.

Vragen? Stel ze aan me via TwitterInstagram of Facebook of stuur een ouderwets mailtje naar me via basvanderhout@hotmail.com.

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*